Esperanto Nederland Beleidsplan 2006-2011
Terugblik
In de Algemene Ledenvergadering van
24-05-1997 werd het Beleidsplan 1996-2006 goedgekeurd.
In dat beleidsplan staat een analyse
van de toestand in Nederland aangaande vreemde-talengebruik, Esperanto,
Esperantobeweging en in het bijzonder Esperanto Nederland.
Geaccentueerd
werd het ongunstige taalpolitieke, naar het Engels neigende klimaat, de
versnippering van de Esperantobeweging in Nederland en de niet meer van
deze tijd zijnde, klassieke verenigingsstructuur in Nederland.
Adequaat de overheid bewerken, de
zelfstandige categoriale groepen afschaffen en Esperanto Nederland omvormen
tot een pressiegroep werd wenselijk geacht.
Daarnaast gaf het, onderverdeeld
in hoofdthema's, een opsomming van activiteiten die ondernomen zouden moeten
worden.
Naast de inkomsten zou daarvoor tot 70% van het kapitaal ingezet
worden.
Tot slot gaf het in Punt 6 aan, dat bij geen wezenlijke voortgang
(vooruitgang), ontbinding van de vereniging ter discussie gesteld diende
te worden.
Een "alles of niets" of een "erop of eronder" strategie
dus.
Dit voorstel, met de motivering "zolang Esperanto bestaat en zolang er leden zijn, heeft de vereniging reden van bestaan", werd met ruime meerderheid van stemmen goedgekeurd.
Bij nadering van het einde van de geldigheid van het Beleidsplan 1996-2006 wordt het voortbestaan van Esperanto Nederland dus zeker niet ter discussie gesteld. Integendeel ! Het opnieuw analyseren zoals in 1996 is gedaan en uitgebreid bezien of en hoe de adviezen zijn opgevolgd en welke resultaten zijn geboekt, is ongetwijfeld interessant voor een nieuwe discussie maar zal in dit Beleidsplan 2006-2011 niet plaats vinden.
Volstaan wordt met een aantal, vooral gevoelsmatige constateringen. In het algemeen zullen de aannames van 1996 nog steeds geldig zijn.
Binnen de Esperantobeweging in Nederland en Esperanto Nederland hebben structureel weinig veranderingen plaats gevonden. Esperanto Nederland was niet echt in staat de overheid adequaat te bewerken, de versnippering bleef bestaan en een opvallende pressiegroep is de vereniging zeker niet geworden.
Vermeld kan worden dat de Boekendienst van Esperanto Nederland en de Stichting Esperanto bij het Onderwijs zijn opgeheven.
De taken zijn respectievelijk overgenomen door de Universala Esperanto-Asocio (UEA) in Rotterdam en het Internationale Esperanto-Instituut (IEI) in Den Haag. De prognose van 1996 "verdere vermindering van het aantal leden bij ongewijzigd beleid" werd bewaarheid.
Het ledental 626 op 01-01-1996 liep geleidelijk terug tot 404 op 01-01-2005. Weliswaar leeft het gevoel dat door het internet de belangstelling voor het Esperanto is toegenomen doch dat gevoel heeft zich nog niet vertaald in toename van het aantal leden van de vereniging.
Toekomstig beleid Esperanto, meer dan alleen taal!
De doelstelling van de vereniging staat in artikel 5 van haar Statuten, kortweg bevordering van het gebruik van Esperanto.
De belangrijkste motivering van de doelstelling is op 27 juli 1996 opnieuw weergegeven in het Manifest van Praag.Het manifest maakt wezenlijk onderdeel uit van dit beleidsplan. Esperanto Nederland onderschrijft het en draagt het publiekelijk uit.
Esperanto Nederland ziet Esperanto als een neutrale brugtaal, een taal naast ieders moedertaal, ter oplossing van het taalprobleem en voor een betere onderlinge verhouding tussen sprekers van verschillende talen. Was verandering en ambitie kenmerkend voor het Beleidsplan 1996-2006, dit Beleidsplan 2006-2011 moge uitstralen hetgeen boven de titel is geclipt.
De leden van Esperanto Nederland blijven zich middels woord en daad inzetten voor Esperanto.
De verenigingsvorm blijft bestaan en lokale activiteiten zullen worden gestimuleerd. Het Beleidsplan 2006-2011 toont onze intentie en geeft richtlijnen waarmee rekening gehouden moet worden bij het jaarlijks opstellen van de "Begroting en Werkplan", waarin concrete uitvoerbare plannen worden opgenomen.
Het in dit beleidsplan opsommen van taken en mogelijkheden wordt niet zinvol geacht.
In de praktijk zal blijken hoeveel geld, arbeid, bekwaamheid en vooral werkelijke wil aanwezig is.
Richtlijnen
Leden, samenwerking
Het beeld van het ledenbestand wordt
mede bepaald door het bestaan van een aparte jongerenorganisatie.
Esperanto
Nederland moet zich richten op alle leeftijden en op samenwerking met andere
organisaties.
Leden moeten zoveel mogelijk betrokken worden bij de activiteiten
van de vereniging.
Financiën
Het kapitaal is in de eerste plaats
bestemd om een voortbestaan van de vereniging te verzekeren.
De jaarlijkse begroting dient sluitend
te zijn en te voldoen aan de volgende criteria.
In de begroting mag maximaal 50 procent
van de uitgaven ten laste gaan van het kapitaal en daarbij mag de kapitaalsvermindering
niet hoger zijn dan 7 procent.
Overschrijding van de norm in de
praktijk, dient in de volgende Begroting te worden gecompenseerd.
Bij vermindering van de inkomsten
zal de vereniging haar uitgaven navenant moet verminderen.
Taakgebieden
We onderscheiden, naast de voorgeschreven formaliteiten zoals vergaderen en boekhouden, de volgende taakgebieden:
- Werving, voorlichting en propaganda.
- Onderwijs, onderwijzen en leermateriaal verzorgen.
- Toepassing en gebruik van Esperanto bevorderen.
Apart kan worden vermeld het instandhouden
van 2 communicatiekanalen ten dienste van de hiervoor vermelde taakgebieden.
Van primair belang is deze taakgebieden,
die gelijke aandacht behoeven, vanuit de besturen ( het verenigingsbestuur
en de sectiebesturen) te leiden en te ondersteunen. De besturen zullen derhalve
op sterkte moeten zijn.
Betaling van arbeid
Uitgangspunt is dat de leden vrijwillig
en onbetaald werken voor het Esperanto en Esperanto Nederland.
Betaling
van onkosten wordt vooraf met de besturen besproken en in begrotingen verwerkt.
Echter, als op basis van vrijwillig
en onbetaald de gestelde doelen niet kunnen worden gehaald, zal betaling
van arbeid worden overwogen.
Onderwijs komt daarvoor als eerste in aanmerking.
Onderwijs
Staatserkenning van Esperantodiploma's
is belangrijk voor het imago.
Werving moet in het bijzonder gericht
zijn op het verkrijgen van docenten die tevens bevoegd zijn in het reguliere
onderwijs. Onderwijs aan kinderen verdient extra ondersteuning.
Instandhouding van de leerstoel
Interlinguïstiek en Esperanto aan de Universiteit van Amsterdam is zeer
belangrijk. Het bestuur is bevoegd met het IEI afspraken te maken over verdere
ondersteuning.
De uitgave van een nieuwe, aan de
huidige tijd aangepaste en professioneel uitstralende basiscursus wordt
ondersteund.
Communicatiekanalen
Het verenigingstijdschrift en de
website zijn de twee communicatiekanalen om de leden en de belangstellenden
te informeren, te onderwijzen en te plezieren.
De kosten van FEN-X zijn echter in
relatie met de contributie-inkomsten zeer hoog, reden waarom bezinning nodig
is.
De website en elektronische verzending
van post zullen in belangrijkheid toenemen. Een eigen redactie voor de site
is wenselijk.
Naar verbetering en uitbreiding van
de site en invoering van een deel in het Esperanto wordt gestreefd.
(Inter)nationaal
Hoewel Esperanto Nederland internationaal
gericht blijft zal het beleid de komende 5 jaren primair op Nederland gericht
zijn.
Het lidmaatschap van de Europese
Esperanto-Unie wordt heroverwogen. Het bestuur van Esperanto Nederland is
bevoegd het lidmaatschap op te zeggen als naar haar mening voortzetting
van het lidmaatschap niet langer verantwoord is.
Aanpassing Statuten en Reglementen
De Statuten en het Huishoudelijk
Reglement worden opnieuw bezien en zonodig zullen aanpassingsvoorstellen
worden gedaan.
Het werd gepresenteerd aan de UNESCO tijdens het Universeel Esperantocongres op 27 juli 1996 in de Tsjechische hoofdstad Praag.
De verklaring gaat over taalrechten, behoud van taaldiversiteit en taaleducatie.
Het manifest is in meer dan zestig talen vertaald.